Artikels en publicaties

Hieronder ziet u 2 publicaties van Het Sociaaldomein.



Schooluitval is een groeiend probleem

Geschreven door: Narish Parsan, Het Sociaaldomein


Opvallend veel jongeren in het VMBO en het MBO kiezen ervoor om hun opleiding voortijdig af te breken en komen zodoende zonder startkwalificatie te zitten. Een startkwalificatie is gelijkwaardig aan het opleidingsniveau MBO 2 of HAVO. Niet voldoen aan deze eis voorspelt een moeizame aansluiting met de arbeidsmarkt en grote kans op langdurige werkloosheid. Nu deze groep 'maatschappelijk' dreigt af te glijden en zich inlaat met drugsgebruik of nog erger in de criminaliteit terecht komt wordt de ernst ervan duidelijk.

Maar de boot is pas goed aan wanneer deze jongeren zich vervreemd hebben van onze samenleving en de droom op een arbeidzame toekomst dreigt om te slaan in een nachtmerrie. Dat sommige politici zich vervolgens electoraal rijk rekenen over de rug van deze groep is niet alleen abject maar getuigt ook van een voor de samenleving gevaarlijke kortzichtigheid. Vreemd is het niet dat deze jongeren zich in de steek gelaten voelen omdat ze zichzelf in een negatieve rol terugzien in de beklaagde bank van de media. Beleidsmakers reageren vaak onvoldoende op dit maatschappelijk probleem en kiezen te weinig voor daadkrachtig optreden.

Voortijdig schooluitval en daarmee samenhangende jeugdwerkloosheid onderschrijven nogmaals de behoefte aan een offensieve aanpak met realistische doelstellingen.

De beroepspraktijkvorming (VMBO/MBO) is een belangrijk onderdeel van het Duaal leren. Cruciaal hierbij is het aantal beschikbare beroepspraktijkvormingsplaatsen, de kwaliteit ervan en de wijze waarop de betrokken partijen die verantwoordelijk zijn voor theorie en de praktijk erin slagen om met elkaar samen te werken.

Jongeren uit het VMBO en MBO blijken eerder geneigd te zijn om voortijdig met de opleiding te stoppen wanneer ze in het stagejaar terecht zijn gekomen. Regelmatig duiken er berichten op uit het onderwijs dat het vinden van een toepasselijke stageplaats voor leerlingen de continuering van de opleiding ernstig belemmert. Scholen staan vaak alleen in hun zoektocht naar stageplaatsen. Een stagecoördinator gaat de boer op met een dosis idealisme om leerbedrijven aan te trekken. Dat is geen eenvoudige opdracht omdat leerbedrijven niet voor het oprapen liggen terwijl de vraag ernaar binnen onderwijssectoren toeneemt.

De overheid moet in deze kwestie veel meer het initiatief nemen door meer stageplekken binnen de eigen gelederen te creëren en met de partners uit het bedrijfsleven dit thema hoog op de agenda te plaatsen.

De kloof tussen het beroepsonderwijs en de beroepspraktijk is op dit moment groter dan ooit. Er is te weinig samenhang tussen leren (onderwijs) en werken(bedrijfsleven) hetgeen tot uitdrukking komt in de begeleiding van stagiaires, de samenwerking tussen instellingen en bedrijven en de verdeling van verantwoordelijkheden tijdens de stageperiode. Het is noodzakelijk dat de beroepspraktijkvorming veel meer dient aan te sluiten bij de eisen van de arbeidsmarkt opdat het bedrijfsleven zich meer betrokken gaat voelen bij het onderwijs. Alleen dan zal tijdens laagconjunctuur genoeg leerwerkplekken beschikbaar zijn.

Op korte termijn moet het aantal afhakers uit het VMBO/MBO drastisch worden verminderd. Het is noodzakelijk om een voorziening te creëren die als schakel moet fungeren tussen het onderwijs en de (bestaande en toekomstige) leerbedrijven. Dit stagecentrum moet zich inzetten voor het kwalitatief en kwantitatief op peil houden van leerwerkplaatsen en de samenwerking tussen de partijen (onderwijs en het bedrijfsleven) verder versterken. Sectoren (bijvoorbeeld zorg) die onvoldoende beroepspraktijkvormingsplaatsen beschikbaar stellen moeten toegankelijker worden gemaakt voor stagiaires. Veel meer vraaggestuurd moet dit centrum de scholen ondersteunen bij het vinden van stageplaatsen en zich idealiter inzetten om de 'matching' tussen vraag en aanbod te optimaliseren. Daarmee wordt het substantieel probleem van voortijdige schoolverlaters in zijn omvang teruggebracht tot een beperkte groep schoolverlaters die baat heeft bij een benadering die aansluit bij de persoonsgebonden problematiek.



De brugfunctie van het Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

Geschreven door: Narish Parsan, Het Sociaaldomein


Internationaal opererende bedrijven zijn al jaren actief met maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo). Niet zelden is dit naar aanleiding van kritiek van het grote publiek en maatschappelijke organisaties over zaken als milieu, kinderarbeid, en mensenrechten. Ondernemingen met een 'imagoprobleem' kunnen hierdoor aantonen dat zij zich wel degelijk bekommeren om de maatschappelijke zaak. Hierdoor wordt het maatschappelijk verantwoord ondernemerschap vaak geassocieerd met grote winstgevende multinationals die alleen bereid zijn zich in te zetten voor mens en milieu in verre arme landen. Een consequente visie op de maatschappelijke implicaties van het ondernemerschap in Nederland ontbreekt nog steeds. Tot nu toe heeft de aandacht zich beperkt tot de optimalisatie van de arbeidsomstandigheden of het creëren van meer mogelijkheden voor fitnessfaciliteiten op het werk. Het mede helpen oplossen van complexe maatschappelijke vraagstukken (stageproblematiek, armoedeproblematiek e.d.) en een terugtredende overheid verhouden zich negatief tot elkaar. De overheid dient in haar voorwaardenscheppende rol het 'geweten'van het (lokale) ondernemerschap aan te spreken. Vestigingseisen, concrete afspraken met ondernemers moeten zich niet alleen richten op het maken van winst maar ook in het licht staan van het welzijn van de (lokale) gemeenschap.

Woningcorporaties staan momenteel onder vuur omdat hun rol als maatschappelijke ondernemers onvoldoende uit de verf komt. Als maatschappelijke ondernemers moeten ze zich in de wijken meer ontfermen over de bouw van bijvoorbeeld buurtcentra of door invulling te geven aan buurtbeheer. De verwachtingen van de samenleving t.a.v. maatschappelijke ondernemers zijn sterk veranderd. Naast de verantwoordelijkheid voor de brede zorg voor wonen moeten de corporaties ook belast zijn met zaken als buurtpreventie en sociale buurtactiviteiten. Van de corporaties en de gemeente mag worden verondersteld dat ze elkaar in deze moeten kunnen vinden. Zo hebben ook corporaties invloed op het welzijn van de bewoners en daarmee de waardeontwikkeling van het woningbestand. Neem bijvoorbeeld de brede School die idealiter zelfs een trefcentrum zou moeten zijn voor ouders en andere bewoners en waar hulp en advies kan worden verstrekt op velerlei terrein. Veel van die zogenaamde 'brede scholen' zijn nog lang niet breed genoeg, en nog lang niet buurtgericht genoeg. Een ander voorbeeld; het VMBO en MBO in Amsterdam kampt met een schrijnend tekort aan stage/leerwerkplaatsen. Vooral allochtone leerlingen slagen er niet in om een stageplek te bemachtigen zodat zij hun opleiding kunnen afronden. In het onlangs opgestelde actieprogramma 'Wij Amsterdammers' wordt ingegaan op het stimuleren van bedrijven tot het aannemen van meer stagiaires. De woningcorporaties zijn goed voor honderden werkplaatsen in Amsterdam en dus afhankelijk van de lokale beroepsopleidingen. De corporaties zouden meer invloed moeten uitoefenen op het competentiegerichte onderwijs en zodoende investeren in deze jongeren die in de toekomst als werknemer kunnen optreden.

Een ander voorbeeld; energieleverancier als Nuon heeft direct contact met huishoudens die tegen de armoedegrens aanzitten en hun financiële verplichtingen niet op tijd kunnen nakomen. Deze kwetsbare groep mensen heeft baat bij extra bijstand en/of maatschappelijke ondersteuning. Onderzoek wijst uit dat schuldsanering faalt bij het oplossen van het armoedevraagstuk. Vele schuldenaars hebben sociale problemen zoals gok- en alcoholverslaving. In een nieuwe aanpak van schuldsanering is het noodzakelijk dat dit soort bedrijven en de overheid de handen in een slaan. Niet alleen de consumenten, klanten, werknemers, aandeelhouders en andere belanghebbenden moeten meer gaan letten op het maatschappelijk effect van bedrijven, maar ook de directe vestigingsomgeving (buurtbewoners) moet dat meer gaan doen. Maatschappelijk verantwoord ondernemen op wijkniveau (het midden en klein bedrijf) biedt uitdagingen en kansen. Het klimaat daartoe kan alleen bevorderd worden wanneer de overheid, lokale partners en regelgeving op elkaar worden afgestemd. Duurzame oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken ( armoede-problematiek, onderwijsachterstand e.d.) kan niet allen uit gaan van de inzet van de overheid. Het is nodig om het bedrijfsleven, maatschappelijk veld, overheid, onderwijs en onderzoek bij elkaar te brengen en samen te zoeken naar effectieve oplossingen voor dit soort vraagstukken..

Fatsoen en beschaving vragen om een aanpak die past in deze tijd en mensonterende leefsituaties tegengaat. Een visie op het maatschappelijk verantwoord ondernemen is een gezamenlijke inspanning van de overheid en het bedrijfsleven en verschilt per regio. Het mag geen vrijblijvende morele eis meer zijn. Wet- en regelgeving bieden meer houvast om de maatschappelijk.component van het ondernemerschap te stimuleren. Daarom moet de (locale) overheid i.h.k. van MVO condities vaststellen bij de beoordeling van investerings- en samenwerkings- en vestigingsaanvragen van bedrijven. De overheid heeft de mogelijkheid om te stimuleren en te faciliteren op het gebied van MVO. Bij deze rol kan zij informatie en voorlichting (laten) geven over MVO, maar ook kan de overheidsorganisatie MVO-criteria verbinden aan, bijvoorbeeld, het verstrekken van subsidie. In de rol van vergunningverlener en toezichthouder moet de overheid wettelijke taken uitvoeren, waarbij zij zowel regulerend als stimulerend aandacht kunnen besteden aan MVO. Maatschappelijk verantwoord ondernemen door de overheid is in feite maatschappelijk verantwoord opereren.

Volg ons op